Portaal

Hoofdstuk 4

Mondelinge taalvaardigheid

Aan bod komen:

  • didactiek
  • links naar relevante websites

Didactiek

  • Kuiken, F., Vermeer, A., & Litjens, P. (2013). Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs. Amsterdam: Meulenhoff bv
    • Met name hoofdstuk 6 geeft een goed overzicht van verschillende taalfuncties.
  • Van der Beek, A., Hoogeveen, M., & Prenger, J. (2015). Leerstoflijnen mondelinge taalvaardigheid beschreven. Uitwerking van het referentiekader Nederlandse taal voor het mondeling taalonderwijs op de basisschool. Enschede: SLO.
    • Deze publicatie biedt vanuit het referentiekader Nederlandse taal een beschrijving van mogelijke inhouden en activiteiten die in mondeling taalonderwijs aan bod kunnen komen en van een mogelijke verdeling daarvan over de verschillende leerjaren. Basisschoolteams kunnen met behulp van deze beschrijving gezamenlijk bepalen welke inhouden en onderwerpen er in de verschillende leerjaren aan bod komen, zodanig dat leerlingen de in het referentiekader beschreven eindniveaus kunnen bereiken.
  • Van den Brand, A. (2008a). Werken met praatsoorten. In: JSW Jeugd in School en Wereld, 92(7), 6-9.
  • Van den Brand, A. (2008b). Het MOVUER-model. In: JSW Jeugd in School en Wereld, 92(8), 18-23.
    • Adri van den Brand besteedt in twee artikelen aandacht aan mondelinge communicatie. Hij stelt hierbij voor ‘praatsoorten’ als kapstok te gebruiken voor de inhouden van he onderwijs in mondelinge communicatie. Om hiermee te werken heeft hij een instructiemodel ontwikkeld: het MOVUER-model. In Portaal vind je daarvan enkele aanzetten. Verdieping en suggesties zijn te vinden in bovenstaande artikelen.
  • Bronkhorst, J., Verhoeven, L. & Biemond, H. (2009). Werken aan taal met behulp van tussendoelen en ICT. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    • Kinderen groeien spelenderwijs op met nieuwe digitale taalmogelijkheden. Het boek geeft eerst algemene uitgangspunten over ICT-gebruik en gaat daarna in op mondelinge communicatie, beginnende geletterdheid en gevorderde geletterdheid. In een apart hoofdstuk worden allerlei vormen van digitale leeromgevingen belicht. Ook is er aandacht voor speciale groepen (dyslexie, hoogbegaafdheid). Ten slotte wordt ingegaan op de vraag hoe deze ontwikkelingen ingevoerd kunnen worden in de dagelijkse praktijk.
  • Damhuis, R. & Litjens, P. (2000). Vragen? Geen vragen! Waarom leerkrachten minder en andere vragen stellen in interactief taalonderwijs. Bouwsteen interactief taalonderwijs nr. 4. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    • Gesloten vragen van de leerkracht waarop maar een antwoord mogelijk is, bevorderen het actief taalgebruik van kinderen niet. In deze uitgave wordt aangegeven welke vragen leerkrachten dan wel moeten stellen teneinde kinderen zelf aan het praten te krijgen. Naast theorie zijn er praktijkvoorbeelden opgenomen.
  • Damhuis, R. & Litjens, P. (2003). Mondelinge Communicatie: Drie werkwijzen voor mondelinge taalontwikkeling. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    • De auteurs maken een onderscheid tussen mondelinge communicatie als doel en mondelinge communicatie als middel. Twee werkwijzen zijn terug te vinden bij communicatie als doel, namelijk verhalen vertellen en praten in de kleine kring. De derde werkwijze is ondergebracht bij communicatie als middel: gesprekken om te leren. De drie werkwijzen zijn uitvoerig beschreven en geïllustreerd met concrete voorbeelden uit de praktijk in de delen 2 tot en met 4. Deel 1 beschrijft de uitgangspunten van de auteurs met betrekking tot het werken aan de kwaliteit van mondelinge interactie. In deel 5 geven de auteurs achtergrondinformatie over taalverwerving, taalonderwijs en de drie werkwijzen.
  • Van Elsäcker, W. & Verhoeven, L. (2001). Interactief lezen en schrijven. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    • In het hoofdstuk ‘Werken in onderzoeksgroepen’ is de rol van mondelinge communicatie in de zaakvakken uitgewerkt voor de onderbouw, maar je kunt deze tekst ook gebruiken voor de midden- en bovenbouw.
  • Förrer, M. e.a. (2000). Coöperatief leren binnen interactief onderwijs: Bouwsteen interactief taalonderwijs nr. 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Förrer, M. e.a. (2001). Werken met kleine groepen binnen de grote groep: Bouwsteen interactief taalonderwijs nr. 6. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
  • Gerritsen, J. & Klapwijk, C. (2013). Praktijkwijzer Basisonderwijs: Snel en doeltreffend handelen. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
    • In dit boek geven de auteurs praktische tips, stappenplannen, checklists en adviezen die direct bruikbaar en toepasbaar zijn. Het eerst thema gaat over communicatie, waarin o.a. aandacht voor gesprekstechnieken en specifieke leerlinggesprekken.
  • Hoogeveen, M. (2005). Taal in beeld, Een onderwijsaanbod voor het onderwijs in spreken en luisteren in de vrijeschool. Enschede: SLO.
    • Een uitwerking van het onderwijsaanbod op praktijkniveau van spreken en luisteren.
  • Laevers, F. (2006). Communicatie is (bijna) alles! De wereld van het jonge kind, jaargang 33, juni 2006.
    • In dit artikel bespreekt Ferre Laevers de rol van de ervaringsgerichte dialoog voor het welbevinden en de betrokkenheid van jonge kinderen. Behalve als middel voor het inrichten van het onderwijs is de dialoog een middel om samen met de leerling de omgeving te exploreren en er samen over te praten.
  • Van Norden, S. (2000). Dingen in de kring, Taalvorming en drama in meertalige midden- bouwgroepen. Amsterdam: BV Uitgeverij SWP.
    • Dit boek biedt de leerkracht tal van voor- beelden om met behulp van eenvoudige middelen gesprekken tussen kinderen te stimuleren.
  • Van Norden, S. (2004). Taal leren op eigen kracht, Taalverwerving op school met behulp van de werkwijze van taalvorming. Assen: Van Gorcum.
    • Dit is de opvolger van Dingen in de kring, en gericht op inpassing van de werkwijze van taalvorming in het taalonderwijs op de basisschool. Veel voorbeelden uit de praktijk geven handvatten om in betekenisvolle situaties het proces van taalverwerving bij kinderen te begeleiden. De bijbehorende cd-rom helpt de leerkracht bij het vinden van werkvormen, activiteiten en vaardigheden.
  • Paus, H., Rymenans, R., & Van Gorp, K. (2003). Dertien doelen in een dozijn: Een referentiekader voor taalcompetenties van leraren in Nederland en Vlaanderen. Den Haag: Nederlandse Taalunie.
    • In dit boek wordt benadrukt dat taal een onmisbare rol vervult bij de instructie en begeleiding van leerlingen: taal en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De benodigde taalcompetenties die leraren nodig hebben bij de uitoefening van hun beroep worden uitgewerkt en met voorbeelden verhelderd.
  • Pompert, B. (2006). Zoeken naar het juiste woord: gesprekken in de ontwikkelingsgerichte onderbouwpraktijk. De wereld van het jonge kind, jaargang 33, juni 2006.
    • Dit artikel gaat over praten met elkaar, overleggen, je stem laten horen, ideeën uitwisselen, oplossingen opperen en samen in woorden verder zoeken naar nieuwe betekenissen, als evenzovele vormen van ontwikkelingsgerichte gesprekken.
  • Porro, B. (2003). Kinderen en hun rol als bemiddelaar: Conflictoplossing in zes stappen. Hilversum: Kwintenssens.
    • Hoe leer je kinderen de vaardigheden om als bemiddelaar te kunnen optreden bij de ‘kleine’ conflicten op school of op straat? Stop en koel af, praat met elkaar en luister naar elkaar, bedenk samen veel oplossingen, kies het idee dat iedereen het beste vindt, maak een plan en voer dat uit.
  • Treffers, A. e.a. (2001). Jonge kinderen leren rekenen: Tussendoelen annex leerlijnen. Groningen: Wolters-Noordhoff.
    • Het boek geeft tussendoelen voor rekenen en wiskunde op de basisschool. De bijgevoegde cd-rom geeft concrete voorbeelden van lessen voor de onder- bouw die duidelijk maken hoe belangrijk de interactie en de mondelinge taalvaardigheid zijn voor leerlingen bij het verwerven van de tussendoelen voor rekenen en wiskunde.
  • De Vaan, E., & Marell, J. (2012). Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Bussum: Uitgeverij Coutinho.
    • In dit boek worden voorbeelden gegeven van onderzoeksvragen in een observatiekring. De auteurs behandelen operationele vragen die verdeeld worden in vragen die uitnodigen tot het uitvoeren van onderzoek, vragen gericht op het bedenken daarvan en vragen om een bepaald probleem op te lossen.
  • Verhoeven, L., Biemond, H., & Litjens, P. (2007). Tussendoelen mondelinge communicatie: Leerlijnen voor groep 1 tot en met 8. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
    • In dit boek zijn concretiseringen opgenomen van de kerndoelen mondelinge taalvaardigheid.
  • Vernooy, K. (1997). Luister ik ga je iets vertellen. JSW, 1, 10-18.
    • De auteur bepleit het stimuleren van begrijpend luisteren bij jonge kinderen door middel van het zogenoemde interactief voorlezen.

Het project MILE-Nederlands

De afkorting MILE staat voor Multimediale Interactieve Leeromgeving. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands. Het project MILE-Nederlands van Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen heeft een multimediale geïntegreerde leeromgeving ontwikkeld voor taaldidactiek voor studenten (nascholingscursisten) en docenten van de pabo.

  • MILE-Nederlands 1, Leesmotivatie bij begrijpend en studerend lezen brengt de activiteiten van kinderen en de leraar in beeld. Inzichtelijk wordt dat mondelinge communicatie, begrijpend lezen en presenteren samenhangende activiteiten zijn waarbij taalvaardigheden ontwikkeld worden binnen zaakvakonderwijs.
  • MILE-Nederlands 3, Aan de praat... Goede gesprekken in de klas brengt de activiteiten van kinderen en de leerkrachtvaardigheden in beeld. De uitgebreide toelichting en de opdrachten bij deze cd-rom helpen de gebruiker inzicht te krijgen in de praktijk van mondelinge communicatie.
  • In MILE-Nederlands 4, Evalueren in interactief taalonderwijs, komt het gebruik en de inzet van portfolio’s aan de orde. Aan de hand van videofragmenten is de praktijk van portfolio’s te zien. Bij elk videofragment staat informatie over wat er gebeurt en wat de kinderen leren, en er worden kijktips gegeven waardoor de achtergrondinformatie over portfolio’s helder wordt.

Links naar relevante websites