Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 1

Binair rekenen

Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren.
  1. De volgende opgaven horen bij optellen in het tweetallig stelsel.
    1. 11 + 1010 =
    2. 1111 + 1001 =
    3. 110 + 10110 =
    4. 101011 + 1101110 =
    5. 1111 + 10101 =
    6. 101101 + 10001 =
    7. 1010011 + 1011011 =
    8. 10110001 + 1101010 =
    9. 111111 + 1011001 =
    10. 10101010 + 1010101 =
    11. 101101101 + 101010111 =
    12. 101 + 1110 + 110 =
    13. 1 + 1111 + 1011 =
    14. 1010 + 101 + 110 =
    15. 10111 + 10101 + 10110 =
    16. 1010 + 10110 + 11101 =
    17. 11101 + 10111 + 11011 =
    18. 101101 + 110111 + 1101 =
    19. 10110110 + 10111010 + 1011110 =
  2. De volgende opgaven horen bij aftrekken in het tweetallig stelsel.
    1. 1111 – 10 =
    2. 1011 – 1001 =
    3. 10111 – 111 =
    4. 11000 – 101 =
    5. 101110 – 11101 =
    6. 11010110 – 111111 =
  3. De volgende opgaven horen bij vermenigvuldigen in het tweetallig stelsel.
    1. 11 × 101 =
    2. 111 × 1001 =
    3. 11 × 111 =
    4. 111 × 1111 =
  4. De volgende opgaven horen bij delen in het tweetallig stelsel.
    1. 111 : 11 = rest
    2. 11011 : 111 = rest
    3. 111111 : 101 = rest