Een puzzeltje: kies een getal. Tel er 5 bij op, verdubbel de uitkomst, trek daar weer 4 van af en deel het resultaat door 2. Trek hier het oorspronkelijke getal weer van af. Ik weet al wat de uitkomst is: 3. Welke formule hoort bij dit puzzeltje? Let op: g staat voor getal.
(2 × g + 5 −4) : 2 − g
(2 × (g + 5) − 4) : 2 − g
(2 × (g + 5) − 4) : (2 − g)
(2 × g + 5) – 4 : (2 − g)
Een leerling uit groep 8 doet onderzoek naar priemtweelingen. Hij zegt: 'Dat is grappig, een priemtweeling, behalve de eerste, staat altijd rond een zesvoud ...' Klopt dat voor alle priemtweelingen? Verklaar dit met behulp van deelbaarheid.