Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 2

Vergrotingsfactor

Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren en de uitwerkingen te bekijken.
  1. In een doos passen precies 27 kubusjes. Men vindt deze doos te klein, dus koopt men een nieuwe doos. Deze nieuwe doos is een vergroting van de oude doos met een factor 3. In de nieuwe doos passen kubusjes.
  2. Van een foto wordt een vergroting gemaakt. Op de foto staat een toren van 7,5 cm hoog. De oppervlakte van de foto is 150 cm2. De oppervlakte van de vergroting is 5400 cm2. De toren is in de vergroting cm hoog.
  3. Op een bouwtekening is de voorgevel van een huis 8 cm breed. In werkelijkheid wordt de gevel 12 meter breed. De vergrotingsfactor is .
  4. Een kaart is gemaakt op de schaal 1:250.000. Vul de tabel in:
    Afstand op de kaart (in cm) 1 75,2
    Werkelijke afstand (in km) 50 85 100