Start.nl - deel 1

Chapter 8

Grammar

Exercise 1

Fill in the right form of the verb.
Click on 'free letter' or on '[?]' if an answer is giving you trouble. Note: the [?] button will show the correct answer.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

Choose from: hebben or zijn.

1. Vorige week ik een fietstocht gemaakt.

2. Hij in het weekend gekomen.

3. jij weleens in Oostenrijk geweest?

4. Wij een hotel gereserveerd.

5. Ze met haar man een weekendje weg geweest.

6. Jullie veel gezien!

7. Ik nog nooit geskied.

8. Hij in zee gezwommen.