Start.nl - deel 1

Chapter 8

Grammar

Exercise 2

Fill in the right form of the verb in brackets.
Click on 'free letter' or on the asterisk button (*) if an answer is giving you trouble. Note: the asterisk button will give you a hint.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

1. We zijn twee weken naar Portugal . (zijn)

2. We hebben daar heerlijk . (wandelen)

3. Ik heb ook een dagje . (fietsen)

4. ’s Avonds hebben we gezellig samen . (koken)

5. Op woensdag heb ik mijn ouders . (opbellen)

6. Donderdag hebben we een prachtige wandeling . (maken)

7. We hebben veel van de natuur . (zien)

8. We zijn met de trein naar Lissabon . (reizen)