Volgende Vorige Chapter 2 Preparation Exercises Test Speaking Grammar Vocabulary Listening and understanding Exercise 1 Exercise 2 Exercise 3 Vocabulary Exercise 2 Choose the right word.If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers. 1. Hij gaat naar de supermarkt. Hij moet boodschappen ontmoeten plezier vanmiddag welke doen.2. Leuk je te boodschappen ontmoeten plezier vanmiddag welke !3. We gaan boodschappen ontmoeten plezier vanmiddag welke naar de film.4. Naar boodschappen ontmoeten plezier vanmiddag welke film gaan jullie?5. Veel boodschappen ontmoeten plezier vanmiddag welke ! check OK