The plural of nouns
Exercise 1
Choose the right plural form.
-
Ik heb drie ...
-
tanten
-
tantes
-
Kijk, op deze foto zie je mijn ...
-
opas
-
opa’s
-
Hoeveel ... heb jij?
-
zussen
-
zuzen
-
Ze gaan met hun ... op vakantie.
-
vaderen
-
vaders
-
Al mijn ... komen naar het feest.
-
neffen
-
neven