Volgende Vorige Chapter 4 Preparation Exercises Test Speaking Grammar Vocabulary Listening and understanding Exercise 1 Exercise 2 Exercise 3 Vocabulary Exercise 1 Choose the right preposition. show all questions <= => Ik ga ... het weekend naar mijn tante en oom. ? in ? op ? om Ze gaan ... zondag naar een Grieks restaurant. ? in ? op ? om Zullen we ... maandagavond gaan joggen? ? in ? op ? om Ze spreken ... zeven uur af. ? in ? op ? om Ik heb ... de ochtend geen tijd, maar ’s middags wel. ? in ? op ? om OK