Start.nl - deel 1

Chapter 5

Grammar

Exercise 2

Fill in the right form of the verb in brackets.
Click on 'free letter' or on '[?]' if an answer is giving you trouble. Note: the [?] button will show the correct answer.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

1. ik een pond broccoli? (mogen)

2. u maar een kilo kaas. (doen)

3. Ik graag een halfje bruin. (willen)

4. Wie ik helpen? (kunnen)

5. u terug van vijftig euro? (hebben)

6. Hoeveel deze meloen? (kosten)

7. Wat dat stuk kaas? (wegen)

8. u het brood voor me snijden? (kunnen)