Speaking - pronunciation
Exercise 1
Repeat the following sentences after the beep.
Hide text
Hoe laat vertrekt de trein?
Wanneer komt de trein aan?
Vanaf welk spoor vertrekt de trein?
Hoeveel kost een retourtje?
Mag ik een enkeltje?
Moet ik overstappen?
Is dit de bus naar het centrum?
Stopt de bus naar het centrum hier?
Welke bus moet ik nemen?
Bij welke halte moet ik uitstappen?
Hoe vaak gaat lijn tien?
Rijdt lijn tien ook op zon- en feestdagen?