Negations: niet and geen
Exercise 1
Choose the correct answer.
-
Heb jij een ov-chipkaart?
-
Nee, ik heb een ov-chipkaart niet.
-
Nee, ik heb geen ov-chipkaart.
-
Neem je de trein?
-
Nee, ik neem de trein niet.
-
Nee, ik neem geen trein.
-
Heb je het treinkaartje?
-
Nee, ik heb het treinkaartje niet.
-
Nee, ik heb geen treinkaartje.
-
Krijg je korting?
-
Nee, ik krijg korting niet.
-
Nee, ik krijg geen korting.
-
Is dit het station?
-
Nee, dit is het station niet.
-
Nee, dit is geen station.