Start.nl - deel 1

Chapter 6

Omdat
   

Waarom heb je geen ov-chipkaart?

Omdat ik meestal met de auto ga.

Ik heb geen ov-chipkaart, omdat ik meestal met de auto ga.
  

wantomdat

Ik ga naar mijn oom, want hij is morgen jarig.

Hij gaat met de trein, want hij heeft geen auto.

Ik ga naar mijn oom, omdat hij morgen jarig is.

Hij gaat met de trein, omdat hij geen auto heeft.

We gaan naar het station, want we moeten een kaartje kopen.

Ze gaat naar de conducteur, want ze wil hem iets vragen.

We gaan naar het station, omdat we een kaartje moeten kopen.

Ze gaat naar de conducteur, omdat ze hem iets wil vragen.

  

Look at the sentences above and answer the following questions:

  1. Where is the finite verb in sentences with omdat?
  2. Where is the infinite verb in sentences with omdat?