Start.nl - deel 1

Chapter 9

Grammar

Exercise 2

Put the sentence behind dat.
Click on '[?]' if an answer is giving you trouble. This button will show the correct answer.

If you've completed the exercise, click on 'check' to check your answers.

1. Vis is erg lekker.
Ik vind dat .

2. Hij kan de rekening niet betalen.
Ik geloof dat .

3. Het vlees is een beetje taai.
Zij zegt dat .

4. Ze wil een tafel reserveren.
Ze zegt dat .

5. Het is een leuke tent.
Ik vind dat .

6. Het nagerecht is vandaag ijs.
De ober zegt dat .