Volgende Vorige Hoofdstuk 2 Voorbereiding Consolidering Toets Spreken Grammatica Woordenschat Luisteren en begrijpen Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 Grammatica Oefening 1 Kies het goede werkwoord. laat alle vragen onder elkaar zien vorige vraag volgende vraag We ... met de auto naar Duitsland gereden. ? hebben ? zijn Ik ... gisteren twee uur gefietst. ? heb ? is Hij ... met zijn vriendin gewandeld. ? heeft ? is ... jullie naar Engeland gevaren? ? Hebben ? Zijn Zij ... nog nooit gevlogen. ? heeft ? is oké