Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 4

Grammatica

Oefening 2

Zet het werkwoord tussen haakjes in het imperfectum. De werkwoorden zijn regelmatig.
Klik op ‘extra letter’ of op de knop met de asterisk (*) als je het antwoord niet weet. Let op: de knop met de asterisk geeft je een hint.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. Mijn oma in een groot huis aan het water. (wonen)

2. De kinderen ieder weekend in het grote bad in de badkamer. (baden)

3. Ik vroeger iedere drie jaar naar een andere stad. (verhuizen)

4. De kok het liefst in zijn eigen keuken. (koken)

5. Haar ouders ’s avonds met de hond door hun buurt. (wandelen)

6. We een muur oranje en een andere muur geel. (schilderen)