Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 4

Oefening 1

Vul het goede woord in. De eerste letter staat er al.
Klik op 'extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. Ze is in de k aan het afwassen.

2. Hij neemt een douche in de b.

3. Ze zitten televisie te kijken in de w.

4. In de zomer zitten we vaak in de t.

5. Veel mensen hebben wijn in hun k.