Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 6

Grammatica

Oefening 4

Maak de zinnen passief.
Klik op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

Voorbeeld:
De dokter opereert de patiënt.
De patiënt wordt geopereerd (door de dokter).

1. De arts verzorgt de wond.
(door de arts).

2. De kinderen nemen de medicijnen.
(door de kinderen).

3. De chirurg hecht de snee.
(door de chirurg).

4. De moeder meet de temperatuur.
(door de moeder).

5. De verpleegster helpt me.
(door de verpleegster).

6. Hij wast de zieken.
(door hem).