Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 7

Grammatica

Oefening 1

Maak zinnen met om te. Gebruik de woorden tussen haakjes.
Klik op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

Voorbeeld:
Ik ga naar het zwembad … (zwemmen)
Ik ga naar het zwembad om te zwemmen.

1. Ik ga naar de kledingwinkel . (een broek kopen)

2. Hij vindt het moeilijk . (over zijn problemen praten)

3. We gaan naar de woonboulevard . (meubels kijken)

4. Ze vindt het leuk . (verhuizen)

5. Ik ga naar de bibliotheek . (een boek lenen)

6. Hij vindt het moeilijk . (met haar iets afspreken)

7. We maken een afspraak . (uit eten gaan)

8. Ze gaan naar de kerk . (trouwen)