-
Wat is waar?
-
Kevin heeft niet goed geslapen.
-
Marina heeft niet goed geslapen.
-
Kevin en Marina hebben niet goed geslapen.
-
Wat is waar?
-
Marina heeft de politie gebeld.
-
Marina gaat de politie bellen.
-
Niemand belt de politie.
-
Wat is waar?
-
Marina woont bij Kevin in huis.
-
Kevin woont bij Marina in huis.
-
Kevin en Marina hebben allebei hun eigen huis.
-
Wie betaalt het ontbijt?
-
Marina.
-
Kevin.
-
Dat weten we niet.