In de startblokken

Hoofdstuk 1

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 zijn de docenten. heten Sara en Herman.

2 Mijn naam is Shirley en kom uit Frankfurt.

3 Andrea komt uit Duitsland. En Katrin? Komt ook uit Duitsland?

4 bent nu twee dagen in Nederland en spreekt al Nederlands?

5 Timo en Silke, hebben het boek?