Volgende Vorige Hoofdstuk 10 10.1 Dialoog 10.2 Woordenlijst 10.4 Bedoelen en betekenen 10.5 Imperfectum 10.6 Imperfectum modale ww 10.8 Uitspraak: ui en ui — ou / au Verdieping Opdracht: Werkwoorden Vul de juiste vorm van het imperfectum in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 kunnenDe fietsenmaker [?] mijn fiets niet repareren.2 willenHij [?] niet in het centrum wonen.3 mogenWe [?] geen Engels praten.4 moetenIk [?] mijn moeder altijd helpen.5 willenWe [?] vorig jaar naar Amerika.6 mogenIk had altijd allergische reacties en ik [?] geen aardbeien eten.7 kunnenGisteren [?] we niet fietsen, want het was heel glad.8 moetenJullie [?] opdracht 2 en 3 maken. Controleer opdracht oké