Volgende Vorige Hoofdstuk 13 13.1 Dialoog 13.2 Woordenlijst 13.3 Mening vragen en geven 13.5 Zullen (2) — Belofte 13.7 Uitspraak: -lijk en -ig Verdieping Gatentekst Leestekst Extra opdracht 1: Imperfectum Extra opdracht 2: Perfectum Extra opdracht 3: Conjuncties 1 Extra opdracht 4: Conjuncties 2 Intensieve luistertekst Filmpje Liedje Vul de juiste conjunctie in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.Kies uit:als – omdat – zodra – zodat – terwijl – hoewel – nadat – toen – voordat1 [?] ik in Berlijn ben, bel ik je.2 Wat doe je [?] je hoofdpijn hebt? 3 Ik ga een jaar in Indonesië studeren, [?] ik goed Indonesisch leer. 4 [?] ik in nog Duitsland woonde, ging ik elke dag naar mijn opa en oma.5 Het katje moet zeven weken oud zijn [?] je het kunt halen.6 [?] jij groente op de markt koopt, ga ik naar fietsenmaker, oké?7 Ik trakteer [?] ik vandaag jarig ben.8 [?] we in het restaurant hadden gegeten, zijn we naar de film gegaan.9 Ik vond de film erg mooi, [?] ik niet alles heb begrepen. Controleer opdracht oké