TaalDigitaal

oef02-06

De lijdende vorm in de voltooid tegenwoordige tijd 2 (De passief in het perfectum 2)

Hoe maak je boerenkool met rookworst?
Schil de aardappelen.
Snijd de aardappelen in stukjes.
Was de boerenkool.
Kook de boerenkool.
Kook de aardappelen.
Meng de aardappelen met de boerenkool.
Kook de rookworst.
Klaar.

Vraag:
Kies uit deze woorden:
Antwoord: é   è   ë   ê   à    ï   '



Resultaten: