TaalDigitaal

oef11-01

Voegwoorden 1 (Conjuncties 1)

Lees de tekst en geef antwoord met een bijzin. Gebruik het juiste voegwoord.

Suzan staat vroeg op, ze ontbijt en dan gaat ze naar haar werk.
Het regent, maar ze gaat toch met de fiets.
Fietsen is gezond, denkt Suzan.
Alleen bij harde wind gaat ze met de trein.
Vanavond wil Suzan naar de bioscoop, omdat er een mooie film draait.
Maar eerst gaat ze op bezoek bij haar jongere zus Mia.

Vraag:
Kies uit deze woorden:
Antwoord: é   è   ë   ê   à    ï   '



Resultaten: