Voegwoorden 1 (Conjuncties 1)Lees de tekst en geef antwoord met een bijzin. Gebruik het juiste voegwoord. Suzan staat vroeg op, ze ontbijt en dan gaat ze naar haar werk. |
Voegwoorden 1 (Conjuncties 1)Lees de tekst en geef antwoord met een bijzin. Gebruik het juiste voegwoord. Suzan staat vroeg op, ze ontbijt en dan gaat ze naar haar werk. |