Taaltalent 3

Hoofdstuk 11

Gatenoefening

Kies het juiste antwoord. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
A. Vul het juiste wederkerende voornaamwoord in.

1. Mijn moeder heeft nooit voor mode geïnteresseerd.
2. We hebben in de laatste maanden van de renovatie erg moeten haasten.
3. Ik vraag af of deze gordijnen hier wel passen.
4. Kunnen jullie voorstellen hoe deze stoel er straks zal uitzien?
5. U kunt afvragen of u niet een maatje groter moet nemen.


B. Vul de juiste vorm van de persoonsvorm in.

1. De modeshow morgen gehouden.
2. Gisteren de kamer opnieuw ingericht.
3. Over een uur al deze bruiden gefotografeerd voor een tijdschrift.
4. je slaapkamer straks helemaal blauw geschilderd? Ik vind het mooier zoals het nu is!
5. Vorig jaar hij uitgeroepen tot beste modeontwerper.


C. Maak de actieve zin passief.

1. Actief: De fotografen fotograferen hun huis voor een woonmagazine.
Passief: (door de fotografen).
2. Actief: De naaister maakte de broek wat korter.
Passief: (door de naaister).
3. Actief: De verkoopster controleerde de prijzen van de nieuwe collectie.
Passief: (door de verkoopster).
4. Actief: De stoffeerders bekleden de vloeren met een rood tapijt.
Passief: (door de stoffeerders).
5. Actief: De ontwerper zoekt de vormen en kleuren uit.
Passief: (door de ontwerper).


D. Vul het juiste werkwoord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: naaien – verven – bekleden – nastreven – indelen

1. Mijn moeder de trap zelf met een mooie gele vloerbedekking.
2. Niet alle kleding is in alle maten verkrijgbaar. Maar dat wordt wel .
3. Heb je deze broek zelf ? Wat knap!
4. Hoe groot je kamer lijkt, hangt ervan af hoe je hem .
5. Ze heeft haar witte broek blauw .


E. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: schets – lade – gedoe – pand – trend

1. Voordat ik aan een jurk begin, maak ik eerst heel veel verschillende .
2. Dit is het waarin we onze nieuwe zaak willen beginnen.
3. Als je altijd modieus gekleed wilt zijn, moet je weten wat de laatste zijn.
4. Een rits in een broek zetten, vind ik een heel . Daarom breng ik de broek naar de naaister.
5. De tekeningen van onze ontwerper liggen in de bovenste van mijn bureau.