Taaltalent 3

Hoofdstuk 11

Luisteroefening


Luister naar de zinnen en zeg ze na.



1. De bank staat aan de linkerkant van de kamer.

2. De televisie staat tegenover de bank.

3. Op de vloer ligt een donkerrood tapijt.

4. Naast de televisie staat een boekenkast.

5. In het midden van de kamer hangt een lamp.

6. Voor de ramen hangen gordijnen.

7. Links van het raam staat een plant.

8. Tussen de bank en de stoel staat een salontafel.

9. Boven de eettafel hangen drie lampen.

10. In de rechterhoek van de kamer staat een bijzettafeltje.