Taaltalent 3

Hoofdstuk 2

Verkleinwoord - Gatenoefening

Wat is het verkleinwoord?
Voorbeeld:
de club - het clubje

1. de school - het
2. de sauna - het
3. de wedstrijd - het
4. de speler - het
5. het net - het
6. de kleedkamer - het
7. de foto - het
8. de fout - het
9. de scheidsrechter - het
10. het racket - het