Volgende Vorige Hoofdstuk 6 Woorden Spelling Grammatica Uitspraak Toets Examen Oefening 1 Oefening 2 Spelling - Gatenoefening Vul in: 'd' of 't'. Alle werkwoorden zijn regelmatig. 1. We wacht[?]en al tien minuten op de bus, toen hij eindelijk kwam.2. De controleur controleer[?]e onze kaartjes gelukkig niet.3. Toen ik bij de bushalte uitstap[?]e, begon het te regenen.4. Deze taxichauffeur praat[?]e vroeger met alle passagiers.5. Als het regen[?]e, gingen we met de auto naar het werk.6. Mijn vader bel[?]e om te vragen hoe laat ik aankwam.7. Toen we verhuis[?]en, kwamen al onze vrienden om te helpen.8. De wegenwacht maak[?]e onze auto en ging toen snel verder.9. Ze was[?]e haar gezicht en keek in de spiegel.10. Hij probeer[?]e zijn fiets zelf te repareren. controleer hint OK