Taaltalent 3

Hoofdstuk 6

Spelling - Gatenoefening

Vul in: 'd' of 't'. Alle werkwoorden zijn regelmatig.
1. We wachten al tien minuten op de bus, toen hij eindelijk kwam.
2. De controleur controleere onze kaartjes gelukkig niet.
3. Toen ik bij de bushalte uitstape, begon het te regenen.
4. Deze taxichauffeur praate vroeger met alle passagiers.
5. Als het regene, gingen we met de auto naar het werk.
6. Mijn vader bele om te vragen hoe laat ik aankwam.
7. Toen we verhuisen, kwamen al onze vrienden om te helpen.
8. De wegenwacht maake onze auto en ging toen snel verder.
9. Ze wase haar gezicht en keek in de spiegel.
10. Hij probeere zijn fiets zelf te repareren.