-
Deze ... trein gaat direct naar Parijs.
-
snele
-
snelle
-
Ze gaan met een ... taxi naar het stadhuis.
-
roze
-
rozee
-
Hij sprong door de ... deur naar buiten.
-
open
-
opene
-
Mijn collega heeft een ... auto gekocht.
-
rode
-
roode
-
Dat ... busje gaat naar Praag.
-
grijse
-
grijze
-
De acteurs kwamen in ... limo's.
-
zwarte
-
zwaarte
-
Waar heb je die ... tickets gekocht?
-
goedkope
-
goedkoope
-
De ... vrouw heeft een auto gewonnen.
-
gelukkige
-
gelukkigge
-
Het ... bushokje is kapot.
-
glaze
-
glazen
-
Je kunt met dit ... kaartje inchecken.
-
plastic
-
plasticen