Taaltalent 3

Hoofdstuk 7

Grammatica - Gatenoefening

Typ de comparatief van het woord tussen haakjes. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
Voorbeeld:
Ons gras is ... dan het gras van de buren. (groen)
Ons gras is groener dan het gras van de buren.

1. De meeste boeren moeten in de zomer werken dan in de winter. (hard)
2. Op Texel zijn schapen dan mensen. (veel)
3. Grote eieren zijn dan kleine eieren. (duur)
4. Biologische producten zijn dan andere producten. (gezond)
5. Door de koude winter zijn er dit jaar appels. (weinig)
6. De kippen in Nederland zijn dan de kippen in Thailand. (dik)
7. Hun boerderij is veel dan onze boerderij. (groot)
8. Ons nieuwe bedrijf ligt van de stad dan het oude bedrijf. (ver)
9. Ik vind onze hond dan onze kat. (lief)
10. De bossen in Duitsland zijn dan de bossen in Nederland. (mooi)