Zichtbaar Nederlands

1 Het substantief

Pluralis: alleen regelmatige vormen

Vul de correcte pluralis in.

1 Één maand, twee .
2 Één naam, twee .
3 Één land, twee .
4 Één gesprek, twee .
5 Één vakantie, twee .
6 Één meisje, twee .
7 Één les, twee .
8 Één tafel, twee .
9 Één familie, twee .
10 Één raam, twee .
11 Één nummer, twee .
12 Één televisie, twee .
13 Één paard, twee .
14 Één verschil, twee .
15 Één nummer, twee .
16 Één keuken, twee .
17 Één hond, twee .
18 Één instrument, twee .
19 Één glas, twee .
20 Één viool, twee .