Zichtbaar Nederlands

1 Het substantief

Pluralis: alles

Vul de correcte pluralis in.
Voorbeeld: Één nummer, twee nummers.

1 Één probleem, twee .
2 Één kind, .
3 Één oor, twee .
4 Één musicus, twee .
5 Één directeur, twee .
6 Één museum, twee .
7 Één gat, twee .
8 Één concert, twee .
9 Één dag, twee .
10 Één leerling, twee .
11 Één stad, twee .
12 Één uur, twee .
13 Één dossier, twee .
14 Één moment, twee
15 Één ziekenhuis, twee .
16 Één feestdag, twee .
17 Één minuut, twee .
18 Één snelheid, twee .
19 Één oorlog, twee .
20 Één centrum, twee .