Volgende 1 Het substantief Oefenen Kaartjes en ander materiaal Deel 1.1 Deel 1.2 Deel 1.3 Deel 1.4 Deel 1.5 Pluralis: alleen regelmatige vormen Pluralis: alles Pluralis of geen pluralis? Pluralis: alles Vul de correcte pluralis in.Voorbeeld: Één nummer, twee nummers. 1 Één probleem, twee .2 Één kind, .3 Één oor, twee .4 Één musicus, twee .5 Één directeur, twee .6 Één museum, twee .7 Één gat, twee .8 Één concert, twee .9 Één dag, twee .10 Één leerling, twee .11 Één stad, twee .12 Één uur, twee .13 Één dossier, twee [?].14 Één moment, twee 15 Één ziekenhuis, twee [?].16 Één feestdag, twee [?].17 Één minuut, twee .18 Één snelheid, twee .19 Één oorlog, twee .20 Één centrum, twee . controleer oké