Volgende Vorige 3 Het pronomen Oefenen Animaties Kaartjes en ander materiaal Deel 3.1 Deel 3.2 Deel 3.3 Deel 3.4 Deel 3.5 Deel 3.6 Deel 3.7 Pronomen I Pronomen II Anna's auto Specifiek of niet? Specifiek of niet? Haal de foute woorden weg. Laat het juiste woord staan. 1. Voor is het beter. Voor ook? 2. Waar het feest is? Bij thuis. 3. Maaike zegt dat tegen plan B is. Nico is er ook op tegen. En ? 4. Hé Jasper! Waarom liep zomaar voorbij? Zag niet? 5. Wat hij ervan vond? Dat kan nou echt helemaal niets schelen. 6. Waar wachten nog op? Er komen toch geen auto's aan. – Maar het stoplicht is nog rood, dat weet best! 7. luistert altijd naar , nooit eens naar ! 8. Dat moet niet aan vragen: ik ben geen expert. 9. Dat gerecht gaat nooit lukken. Kunnen niet gewoon een pizza bestellen? 10. Volgens was het linksaf en rijden de verkeerde kant op. controleer oké