Zichtbaar Nederlands

3 Het pronomen

Max doet alles maximaal

Vul in: alles, iedereen, elk(e), ieder(e), alle, al of allemaal.
Voorbeeld: Ruben haalt koffie voor één collega. Max haalt koffie voor alle collega's.
Soms zijn meer antwoorden goed. Dan moet je kiezen. Vul maar één woord in.

1. Isa schrijft een e-mail naar een klant. Max schrijft e-mails naar klanten.
2. Dorien geeft drie planten water. Max geeft de planten water.
3. Sergei maakt een praatje met Paulien. Max maakt met een praatje.
4. Julia heeft haar documenten op alfabet gesorteerd. Max heeft op alfabet gesorteerd.
5. Tom kent een paar collega’s bij naam. Max kent collega bij naam.
6. Lucas corrigeert een paar van zijn schrijffouten. Max corrigeert zijn tikfouten.
7. Sheila drinkt een blikje cola uit de frisdrankautomaat. Max drinkt frisdrank uit de automaat, dus 50 blikjes per dag.
8. Soms zit Kamal tijdens de pauze te werken. Max werkt tijdens pauze gewoon verder.
9. Niels doet soms wat werk voor Jeroen. Max doet werk voor .
10. Karin komt op sommige dagen moe thuis. Max komt dag moe thuis.