Zichtbaar Nederlands

3 Het pronomen

Een paar en een beetje

Wat kun je op de plaats zetten van de onderstreepte woorden? Vul in:
enkele, een paar, een beetje, wat of sommige.
Soms zijn meer antwoorden goed. Dan moet je kiezen. Vul maar één woord in.

1. 4 van de 23 klasgenoten spreken thuis Frans.
2. Marianne gooit 0,5 liter water over de plantjes.
3. Jens werkt hier nu 3 maanden.
4. Sven heeft maar 4,5 uur goed kunnen slapen.
5. Marihuana is in 4% van de landen legaal.
6. We hebben nog 15 minuten tijd voordat onze trein vertrekt.
7. Doe een theelepeltje oregano over het gerecht.
8. We gaan 2 dagen naar Duitsland.
9. Ik heb hier nog twee plakjes cake. Wil jij misschien?
10. Door de storm zijn er 8 bomen omgevallen.