Zichtbaar Nederlands

4 Het adverbium

Antwoord negatief

Antwoord steeds negatief.
Voorbeelden:
Wil je een koekje? → Nee, ik wil geen koekje.
Spreek je Engels? → Nee, ik spreek geen Engels.

1 Slaap je? Nee, ik .
2 Heb je een zus? Nee, ik .
3 Ga je fietsen? Nee, ik .
4 Kom je uit Frankrijk? Nee, ik .
5 Werk je in een winkel? Nee, ik .
6 Ken je Tanja? Nee, ik .
7 Woon je in Gouda? Nee, ik .
8 Kan je zwemmen? Nee, ik .
9 Heb je een horloge? Nee, ik .
10 Is deze pizza lekker? Nee, deze pizza .