4 Het adverbium
Antwoord negatief
Antwoord steeds negatief.
Voorbeelden:
Wil je een koekje? → Nee, ik wil geen koekje.
Spreek je Engels? → Nee, ik spreek geen Engels.
Voorbeelden:
Wil je een koekje? → Nee, ik wil geen koekje.
Spreek je Engels? → Nee, ik spreek geen Engels.