Zichtbaar Nederlands

4 Het adverbium

‘Er’

Vervang het onderstreepte woord door ‘er’.
Voorbeeld:
Ik ga graag naar het centrum. → Ik ga er graag naartoe.
Ik kijk graag naar het centrum. → Ik kijk er graag naar. (kijken is geen beweging)

1 Juan komt uit Spanje. Juan .
2 Barbara houdt van Brussel. Barbara .
3 Morgen ga ik naar huis. Morgen .
4 We rijden in twee uur naar Brussel. We .
5 De toeristen kijken naar het kasteel. De toeristen .
6 Deze trein komt uit Parijs. Deze trein .
7 Heb je ooit van het land Djibouti gehoord? Heb ?
8 Deze verse tomaten komen uit mijn tuin. Deze verse tomaten .
9 Kan je het glas even naar de glascontainer brengen? Kan ?
10 Deze trui is van katoen gemaakt. Deze trui .