4 Het adverbium
‘Er’
Vervang het onderstreepte woord door ‘er’.
Voorbeeld:
Ik ga graag naar het centrum. → Ik ga er graag naartoe.
Ik kijk graag naar het centrum. → Ik kijk er graag naar. (kijken is geen beweging)
Voorbeeld:
Ik ga graag naar het centrum. → Ik ga er graag naartoe.
Ik kijk graag naar het centrum. → Ik kijk er graag naar. (kijken is geen beweging)