Volgende Vorige 6 Het verbum Oefenen Animaties Kaartjes en ander materiaal Deel 6.1 Deel 6.2 Deel 6.3 Deel 6.4 Deel 6.5 Deel 6.6 Deel 6.7 Deel 6.8 Deel 6.9 Deel 6.10 Deel 6.11 Deel 6.12 Deel 6.13 Deel 6.14 Deel 6.15 Deel 6.16 Deel 6.17 Deel 6.18 Conditionele zinnen Zullen of zouden? Een vriendelijke vraag Zullen of zouden? Vul een vorm van ‘zullen’ of ‘zouden’ in. 1. Alle gordijnen zijn dicht. [?] hier iemand wonen?2. We [?] uw pakje tussen 12 en 14 uur bezorgen.3. Waar is Brenda? – Ach, ze [?] wel weer te laat zijn.4. Het bedrijf [?] me maandag terugbellen. Het is nu dinsdag en ik ben nog steeds niet gebeld.5. Ik [?] graag een creatieve baan willen, maar het is moeilijk om die te vinden.6. Als ik op tijd had geïnvesteerd in Apple, [?] ik nu miljonair zijn.7. We [?] morgenmiddag om drie uur vertrekken.8. [?] we hier mogen parkeren?9. Beste reizigers, de intercity naar Amersfoort van 13:53 [?] vandaag niet rijden.10. Volgens Annette [?] hier vandaag een groentemarkt zijn, maar ik zie niets. controleer oké