Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Vinden en vinden dat

Vinden kun je gebruiken in twee zinsconstructies:
- Ik vind + [object] + [rest]
- Ik vind dat + [bijzin]

Verander deze zinnen steeds naar de andere structuur. Voorbeeld:
Tom vindt dit eten niet lekker. → Tom vindt dat dit eten niet lekker is.
Tom vindt dat dit eten niet lekker is. → Tom vindt dit eten niet lekker.

1. .
2. .
3. .
4. .
5. .
6. .
7. .
8. .
9. .
10. .