Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Imperfectum

Vul de juiste vorm van het imperfectum in.

1. Om kwart voor zeven (gaan) we terug naar huis.
2. Net toen ik op de fiets zat, (beginnen) het te regenen.
3. In 2010 (besluiten) Emma om een eigen hotel te openen.
4. Janet (schrijven) op Facebook dat ze een nieuwe baan heeft.
5. Ron en Victor (zijn) weer een half uur te laat.
6. Er (komen) twee muizen uit dat gat in de muur.
7. Olivia (nemen) de verkeerde bus.
8. Laura en Peter (krijgen) ruzie met de directeur.
9. Hé, Marijke! Ik (denken) dat je nog op vakantie was!
10. Goedemiddag mevrouw. U (rijden) 160 kilometer per uur. Mag ik uw rijbewijs even zien?