Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Willen

Zet voor al deze zinnen ‘Ik wil.’
Voorbeeld: Ik eet een stuk appeltaart. →
Ik wil een stuk appeltaart eten.

1. .
2. .
3. .
4. .
5. .
6. .
7. .
8. .
9. .
10. .