Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Luister- en uitspraakoefening [oo]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [oo].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [oo].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Ze heeft last van haar ogen. – ogen

Wil je ook mee? – ook

Mijn zoon is acht jaar. – zoon

Hij is heel boos. – boos

Mag ik rode appels? – rode

Wat een grote doos. – grote doos

Koop je brood? – koop, brood

Hij heeft rood haar. – rood