Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Vraag en antwoord [o]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [o].


Voorbeeld:

> Ja, … (dochter)

Antwoord:
Heb je een dochter? > Ja, ik heb een dochter.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (dokter)




> Ja, … (sokken)




> Ja, … (soms)




> Ja, … (sport)




> Ja, … (kort)




> Ja, … (trots)