Hoofdstukken
- [aa] van naam / [a] van jas
- [ee] van been / [e] van zes
- [oo] van doos / [o] van mond
- [ie] van fiets / [i] van wit
- [uu] van muur / [u] van bus
- Medeklinkercombinaties
- Uitleg [oo] van doos / [o] van mond
- Dialoog
- Luisteroefening [oo] – [o]
- Uitspraakoefening [oo]
- Uitspraakoefening [o]
- Uitspraakoefening [o] – [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [oo]
- Luister- en uitspraakoefening [o]
- Luister- en uitspraakoefening [oo] – [o]
- Vraag en antwoord [oo]
- Vraag en antwoord [o]
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – woorden
- Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – zinnen
Uitspraakoefening [oo] met [r] of [l] – zinnen
Zeg de zinnen na. Let op: de [oo] met de [r] of de [l] klinkt als een uitgerekte [o] van mond.
woord > [wo:rt]
school > [sgo:l]
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Wat betekent dat woord?
Hij staat voor de deur.
Dat komt door de hond.
Ze heeft pijn in haar oor.
Ik hoor je niet goed.
Wanneer moet je naar school?