Hoofdstukken
- [ui] van huis
- [au] van blauw touw
- [ei] van klein ijsje
- [oe] van boek / [uu] van muur
- [eu] van sleutel
Luister- en uitspraakoefening [ei]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [ei].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [ei].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Dat is fijn. – fijn
Ik ga vaak met de trein. – trein
Zijn ze al thuis? – zijn
Hij heeft pijn in zijn been. – pijn
Toen was ik nog klein. – klein
Ze heeft een jongen en een meisje. – meisje
Daar heb ik geen tijd voor! – tijd
Ik zal even kijken. – kijken