Hoofdstukken
- [ui] van huis
- [au] van blauw touw
- [ei] van klein ijsje
- [oe] van boek / [uu] van muur
- [eu] van sleutel
Luisteroefening [ei] – [ee]
Klinken de woorden hetzelfde?
-
Voorbeeld 1:
nee (je hoort: krijg – kreeg) -
Voorbeeld 2:
ja (je hoort: zij – zij)