Hoofdstukken
- [ui] van huis
- [au] van blauw touw
- [ei] van klein ijsje
- [oe] van boek / [uu] van muur
- [eu] van sleutel
Uitspraakoefening [ee] – [ei]
Zeg de woorden na en laat het verschil duidelijk horen: [ee] mond breed, [ei] mond open > dicht, eindigt op [ie].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
mee – mij
zee – zij
week – wijk
kreeg – krijg
meesje – meisje
schreef – schrijf
reed – rijd
keek – kijk
geen – gein
leden – leiden