Beter Nederlands spreken

[b] van boek / [p] van pen

Vraag en antwoord [b]

Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [b].


Voorbeeld:

> Ja, … (brood)

Antwoord:
Heb je brood gekocht? > Ja, ik heb brood gekocht.


Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

> Ja, … (ben beter)




> Ja, … (boterham)




> Ja, … (bang)




> Ja, … (boek)




> Ja, … (buurman)




> Ja, … (binnen)