[b] van boek / [p] van pen
Vraag en antwoord [p]
Geef antwoord met het gegeven woord. Let op de uitspraak van de [p].
Voorbeeld:
> Ja, … (pen)
Antwoord:
Heb je een pen? > Ja, ik heb een pen.
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
> Ja, … (pijn)
> Ja, … (pinnen)
> Ja, … (post)
> Ja, … (pak)
> Ja, … (probleem)
> Ja, … (pas)